Akkerdistel

Akkerdistel

De akkerdistel (Cirsium arvense) is een in Nederland veel voorkomende distel (vederdistel). Een echte hommel en bijenplant, daarnaast zijn vinken, groenlingen en de putters er ook dol op.

De akkerdistel kom je vooral tegen op open, vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond.

Wilt u een filmpje bekijken van de Akkerdistel, klik dan op; FILMPJE

6 augustus 2019 – Buurtschap Aalst (Lienden)


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.

Kraailook

Kraailook

Vanaf juni tot in september kun je grappige bolletjes tegen komen op lange groene stengeltjes. In het begin paars-groene tot wijnrode bolletjes met kleine lila-roze bloemetjes en later donker paarsrode bolletjes met groene sprietjes erop (kop met haar).

Dit grappige plantje is Kraailook (wilde uitjes) of zoals ik het vroeger noemde uiengras. Al vroeg in het voorjaar verschijnen de frisgroene stengeltjes (blad) boven de grond. Ik zou zeggen, proef het eens, de smaak heeft een beetje weg van bieslook, maar is wat scherper en pittiger.

Kraailook, komt in de Betuwe vooral voor op dijkhellingen en in de uiterwaarden. Kraailook staat graag op een zonnige tot een licht beschaduwde plek. De grond mag wat vochthoudend zijn, liefst voedselrijk en kalkrijk (vandaar dat je dit plantje in de klei kunt vinden). In het vroege voorjaar vallen ze ook op, want kraailook groeit in het voorjaar harder dan het gras.

In het Fries heet dit plantje Wylde sipel, in het Frans Ail des vignes, in het Engels Wild garlic, Crow Garlic, Wild Onion, in het Duits Weinberg-Lauch en in het Latijns Allium vineale

De naam Allium komt van het Griekse aglis, dat is ontstaan uit glis (iets kroms of rond), dat verwijst naar de bol van de looksoorten. Allium zou echter ook afkomstig kunnen zijn van het Keltische all, wat warm, scherp of brandend betekend. Vineale betekent wijnachtig of wijnkleurig (dit verwijst naar de wijnrode bloembolletjes of broedbolletjes).
De ondergrondse uienbol van Kraailook is eetbaar, maar ook het blad kan in de keuken gebruikt worden, bijvoorbeeld in soep, over aardappelen gestrooid of in een salade verwerkt (wel het jonge blad gebruiken, met name in het vroege voorjaar, oude blad / stengels worden hard en taai).De gewone melkdistel kan tot 1,5 meter hoog worden en bloeit met gele bloemen vanaf juli tot de eerste nachtvorsten. De gewone melkdistel groeit het liefst op zonnige, vochtige plekken en in een voedselrijke grond.

De gewone melkdistel kom je vooral langs de sloot tegen (je komt ze ook wel tegen in moestuinen, vaak in de buurt van de composthoop).

De stengels van de gewone melkdistel zijn hol.


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.

Wilde cichorei

Wilde cichorei

Wilde Cichorei

En opeens zijn de Betuwse bermen blauw! Zeker in de ochtend, want vooral bij hete zonnige dagen zijn de bloemen van de Wilde cichorei in de middag alweer verdwenen.

De meeste mensen hebben wel eens van de naam Cichorei gehoord, maar dat gekoppeld aan een plant dat niet.


Cichorei is vooral bekend omdat deze inheemse plant bij geneeskundige middelen wordt gebruikt bij geneesmiddelen voor maag- en leverklachten, verstoppingen en een gebrek aan eetlust. Maar ook als versterking- en kalmeringsmiddel.

De wortels van de Wilde cichorei (in geroosterde en gemalen vorm) werden in de negentiende eeuw en in de periode van de Tweede Wereldoorlog gebruikt als koffievervanger (surrogaatkoffie), dit vanwege het hoge gehalte aan insuline.

In 1946 schreef de Heer H. Uittien over het gebruik van cichorei als vervanger voor koffie: ‘Het is een verdriet voor de menschen’. Hij kende een oude man die het surrogaat pakje ‘Sjacherijn’ of ‘Verdriet’ noemde, nee dan liever een ‘Bakkie troost!

Witlof is net als roodlof, een variëteit van cichorei. Ook andijvie is een cichorei-achtige.

Naast de naam Wilde cichorei, staat deze inheemse plant ook bekend onder de naam wegenwachter. In het Fries Sûkerei, in het Engels Chicory, in het Frans Chicorée sauvage en in het Duits Wegwarte.

De Wilde Cichorei staat graag in een verdichte kalkrijke grond, vandaar dat je deze inheemse plant vooral in bermen kunt vinden.


Deze upload is ingediend door Wander van Laar – Buitenmens met passie voor groen.

Hazenpootje

Hazenpootje

Hazenpootje

Latijnse naam Trifolium arvense, in het Fries Mûzeklaver, in het Duits Hasen-Klee en de Engelse naam is rabbitfoot clover.

De bloemhoofdjes (vruchthoofdje) van dit grappige wilde plantje staan op lange stelen. De zacht grijze haren van deze bloemhoofdjes hebben veel weg van de pootjes van konijnen of hazen.

Het Hazenpootje komt vooral op droge zandgrond voor die kalkarm en zuur is. Ook staat het Hazenpootje graag op plekken waar gerommeld wordt of die regelmatig gemaaid worden zoals randen van bermen en langs spoorwegen.

Het Hazenpootje wordt vaak niet hoger dan 10 cm (groeit vaak plat) en als je de bloemhoofdjes van dichtbij bekijkt zie je o.a. wit, rood, roze en grijze kleuren.

Het Hazenpootje bloeit vanaf half juni tot in september.

Het Hazenpootje heb ik gefilmd (filmpje) bij een sluisje in de Oude Rijn aan de dijk buurtschap Aalst (Lienden). Het sluisje is een paar jaar geleden geplaatst en de directe omgeving is zanderig. Komt in de Betuwe nauwelijks voor.


Deze upload is ingediend door Wander van Laar – Buitenmens met passie voor groen.