Zwanenbloem

Zwanenbloem

De zwanenbloem (Butomus umbellatus), bloeit met mooie roze bloemen in de periode (eind) mei-juli. De Zwanenbloem is de enige vertegenwoordiger van de zwanenbloemfamilie.

De zwanenbloem is een beschermde plant en mag niet geplukt worden. Erg zeldzaam is de zwanenbloem echter niet. De zwanenbloem komt in Nederland voor in waterrijke gebieden met voedselrijk water dus vooral in gebieden met een mineraalrijke kleibodem. De zwanenbloem wordt 80 tot 100 cm hoog en staat graag op een zonnige en drassige plaats. De zwanenbloem ontleend haar naam, zo gaat het verhaal, aan de gebogen stampers die lijken op de sierlijke hals van een zwaan.

Filmpje zwanenbloem

Wikipedia:

zwanenbloem (Butomus umbellatus) is een moerasplant met roze bloemen in de Zwanenbloemfamilie. Het is de enige soort in deze familie. De bloem heet zwanenbloem omdat de stampers een vorm hebben die sterk lijkt op sierlijke zwaantjes. De zes stampers hebben aan de voet nectarklieren.

De stengels van de plant bevatten overlangse luchtkanalen om de wortels van zuurstof te voorzien en zijn onderaan driehoekig van vorm, waardoor de planten stevig in het water staan. Aan de bovenkant wordt de stengel plat met een verdikt midden en scherpe randen. De wetenschappelijke geslachtsnaam Butomus (samenstelling van βοῦς=rund en τέμνω=snijden) verwijst naar de zwaardvormige bladeren.

Het feit dat de zwanenbloem in Nederland wettelijk beschermd is geweest tot eind 2016, betekent niet dat de plant zeldzaam is, integendeel, op de kleigebieden in Nederland is hij algemeen. De plant groeit vaak in sloten die jaarlijks worden geschoond. Hij heeft er echter niet veel van te lijden omdat deze schoonmaakbeurten zijn leefmilieu in stand houden. De zwanenbloem groeit in voedselrijk water. Wanneer de plant opduikt te midden van allerlei zeldzame planten in relatief voedselarm water, is dat het teken dat het water voedselrijk aan het worden is en dat de specialisten uit een dergelijk milieu zullen gaan verdwijnen. In Nederland is de plant vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd.

De zwanenbloem wordt veel bezocht door graafwespen.

De zwanenbloem is als exoot geïntroduceerd in de Verenigde Staten van Amerika. De plant wordt daar ‘flowering rush’ en ‘grass rush’ genoemd en gedijt daar te goed.

Foto genomen: 18 juni 2010


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.

Gele Plomp

Gele Plomp

De gele plomp (Nuphar luteum) gedijt het best in wat dieper water, tot maximaal 3 meter, op een zonnige plek. Hoe dieper Nuphar luteum staat, hoe groter de bladeren worden. Veel bladeren drijven op het water, maar de gele plomp heeft ook ondergedoken bladeren, welke doorschijnend zijn. Deze zijn het hele jaar door te zien. De gele bloemen van gele plomp met een doorsnede van 5 cm, bloeien in de periode mei t/m augustus en steken ongeveer 10 cm boven het wateroppervlakte uit. Ze lijken op grote boterbloemen. De gele plomp is een snelle groeier en kan in een sloot al snel overheersen. De zachte onderwaterbladeren van gele plomp kunnen aangevreten worden door de Posthoornslak (Planorbis corneus).

Filmpje gele plomp

Wikipedia:

De gele plomp (Nuphar lutea) is een algemeen voorkomende overblijvende waterplant met drijvende bladeren uit de waterleliefamilie (Nymphaeaceae).

De gele plomp is een plant die zich met zijn dikke en vertakte wortelstok en via zaad verbreidt. De bladeren die onder water blijven zijn doorschijnend lichtgroen en gegolfd. De drijfbladen zijn donkergroen. De stomp driekantige steel bevat nauwe luchtkanalen, waardoor zuurstof via huidmondjes op de drijvende bladeren naar de wortels wordt geleid. ook de bloemsteel heeft dergelijke kanaaltjes. Sommige larven van insecten maken onder water van de luchtkanalen gebruik om te ademen. De soort groeit in tot drie meter diep water en draagt bij aan de hoeveelheid zuurstof in het water. Soms is de groei zo weelderig dat hele wateroppervlakken bedekt worden door de grote bladeren.

De plant voelt zich thuis in stilstaand tot matig stromend tamelijk voedselrijk water. Ze komt voor in bijna heel Europa en de aangrenzende delen van Azië en Noord Afrika. In Nederland en Vlaanderen komt de plant vrij algemeen voor in laagveenplassen, brede sloten, grachten, doorbraakkolken, niet meer gebruikte kanalen en in langzaam stromende beken en rivieren.

De tweeslachtige 3 – 6 cm grote gele bloem komt gelijktijdig met de drijfbladen boven water. De bloem drijft niet op het water maar steekt erbovenuit. Ze heeft vijf of zes kelkbladen, die elkaar overlappen. Ze vormen een kom om de rest van de bloem. De vele kroonbladen zijn spatelvormig en kleiner dan de kelkbladen. Bestuiving vindt plaats door insecten. Er zijn veel meeldraden, deze weerkaatsen behalve geel ook ultraviolet licht, waardoor ze goed vindbaar zijn voor bijen. Veel insecten komen ook op de geurige nectar af. Het bovenstandig vruchtbeginsel is sterk geplooid en heeft een brede, gaafrandige stempelschijf met tien tot twintig stempelstralen.

De vrucht is een groene en flesvormige bes die aanvankelijk drijft op het water. Later valt de buitenste schil van de vrucht en splijt deze open, waarna de zaden tevoorschijn komen. De zaden zijn kortlevend, minder dan één jaar, en worden door het water verspreid. Ze zijn tweezaadlobbig.

Gele plomp werd in het verleden aan het vee gevoerd en aangewend tegen kaalheid en hondsdolheid. De eetbare wortel bevat de stof nupharine, een giftige stof die teniet wordt gedaan door de wortel goed te koken.

De gele plomp is de nationale plant van Friesland. Het blad er van, in het Fries pompeblêd genoemd, staat in het rood afgebeeld op de Friese vlag.

Foto genomen: 22 mei 2011


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.