Vlier

Vlier

Sambucus nigra (Gewone vlier of zwarte vlierbes) Sambucus nigra is de bekende gewone vlier. Sambucus nigra wordt 4 tot 5 meter hoog en de bloei met witte bloemen vindt plaats in de maanden mei-juni. Na de bloei vormt deze vlier glimmende zwarte vruchten. De standplaats van Sambucus nigra dient zonnig tot halfschaduw te zijn. Sambucus nigra is zeer geschikt voor in een natuurlijke tuin of als solitaire heester (boompje) in de wat kleiner tuin. Sambucus nigra heeft geen bijzondere zorg nodig, kan 1 x in de drie jaar tot de grond worden teruggezet.

Foto genomen: 21 mei 2014


Deze upload is ingediend door Wander van Laar – Buitenmens met passie voor groen.

De gewone vlier (Sambucus nigra) is een plant uit de muskuskruidfamilie (Adoxaceae). De bloei is van mei tot juli. De bestuiving vindt plaats door insecten. De vruchten zijn in september en oktober rijp. De plant vermeerdert zich door zaad, dat met name door spreeuwen, die dol op de bessen zijn, wordt verspreid. Botanisch gezien zijn de bessen steenvruchten.

De gewone vlier wordt door het edelhert gegeten omdat zij de plantendelen kunnen verteren. Voor veel andere dieren is de soort giftig vanwege cyaanverbindingen in het blad. Op vlierhout is vaak de judasoorzwam te vinden.

De vlier stelt geen hoge eisen aan zijn standplaats en wordt zelfs in dakgoten gevonden.

Een in de natuur voorkomende variëteit van de gewone vlier is de peterselievlier (Sambucus nigra var. laciniata), die diep ingesneden bladeren heeft.

De gewone vlier is een kensoort voor de klasse van de doornstruwelen (Rhamno-Prunetea).

Vlieren laten zich gemakkelijk vermeerderen uit een stek van een twijg.

Het hout van de gewone vlier is zacht en splintert niet, maar het is hard als het gedroogd is. Daarom kunnen er kleine gebruiksvoorwerpen en instrumenten van worden gemaakt.

Het merg van de twijgen wordt toegepast om kleine voorwerpen te beschermen.

Vroeger eindigde de afvoer van de gootsteen boven de grond net buiten de muur. De vlierstruik werd hiervoor geplant en onttrok dit gat dan aan het zicht.[1]

Gekneusde bladeren bijeengebonden boven een deur of raam zouden muggen op afstand houden. Kransen van vliertakken legt men over de hoofden van paarden om lastige vliegen op afstand te houden.

Aan de vlier worden diverse heilzame werkingen toegeschreven. In het jaar 400 voor Christus, refereerde Hippocrates aan de vlier als zijn “medicijnkastje”. Andere bekende klassieke geneesheren, waaronder TheophrastusDioscorides en Galenus, beschouwden de vlier als een van de beste geneeskrachtige planten uit de natuur. De plantkundige Hildegard van Bingen in de 12e eeuw en de medicus en auteur Martin Blochwich in de 17e eeuw, prezen eveneens het belang van de vlier.[2]

Voorafgaand aan het tijdperk van de antibiotica, was vlier een van de belangrijkste ingrediënten in veel bereidingen van kruidengenezers, farmaceuten en medici. Vandaag de dag wordt vlier gebruikt als alternatief voor conventionele medicijnen en vooral in de vorm van een extract ter bestrijding van verkoudheidvirale infecties (Influenza en herpesvirussen). Vlier wordt vaak aanbevolen als complementaire therapie samen met de klassieke antioxidanten vitamine C en zink, ter ondersteuning van de natuurlijke herstelprocessen.[2]

De Europese zwarte vlier is een rijke bron van plantenpigmenten en fenolische bestanddelen. Ze bevatten de flavonolen quercetine-3-glucoside en quercetine-3-rutinoside en een groot aantal anthocyanen, een groep fenolische bestanddelen verantwoordelijk voor de diepe rode, paarse en violette kleuren van veel fruit, groenten en dus ook vlierbessen. De anthocyanen in vlierbessen zijn cyanidine-3-sambubioside-5-glucoside, cyanidine-3,5-diglucoside, cyanidine-3-sambubioside, cyanidine-3-glucoside, cyanidine-3-rutinoside, pelargonidine-3-glucoside en pelargonidine-3-sambubioside. Na consumptie kunnen de anthocyanen in vlier de antioxidantstatus in het lichaam significant verhogen. Dierexperimenteel onderzoek en in-vitro-onderzoek heeft uitgewezen dat anthocyanen celdood (zowel apoptotische als necrotische processen) verminderen en het risico op hartinfarct verminderen door ontstekingsremmende en ontspannende effecten op de kransslagaders.[2]

Gebruik in de keuken

Van de bloeiwijzen worden als nagerecht vlierbloesembeignets gemaakt.[3] De bloeiwijze wordt in pannenkoeken gebruikt. De Noord-Amerikaanse indianen frituren de bloesem. Van de bloemen maakt men siroop. Deze wordt ook geproduceerd in Engeland en staat bekend als Elderflower Cordial. In Zweden staat het bekend als Fläderblomssaft. De gedroogde bloesem worden gebruikt om kruidenthee van te zetten. Van de vlierbloesem wordt een verfrissende limonade gemaakt, die ook bij verkoudheden wordt toegepast. Gezeefde siroop van vlier is een huismiddel tegen keel- en buikpijn.

In de periode van Sint Jan (24 juni) de jonge scheuten gebruiken.

Vlierbessen bevatten veel vitamines. De bessen bevatten de naar het geslacht genoemde licht giftige stof sambunigrine, die echter door koken onschadelijk wordt. Van de vruchten wordt vruchtensap, sterke drankjamgelei en siroop gemaakt. Ook worden de bessen gebruikt voor het verven.

Zowel bloemen als bessen worden gebruikt voor het maken van vruchtenwijn.

Bijgeloof

Aan de bloesem van de vlier worden voorspellende krachten toegeschreven. In Centraal-Europa hangen jonge meisjes in de nacht van 21 juni een bloeiende bloeiwijze achter het bed. Hierdoor zal hun toekomstige echtgenoot zich in hun droom openbaren.[3]

In de middeleeuwen had de vlier de reputatie dat hij als afweerkruid beschermde tegen hekserij. De vlier was gewijd aan Vrouw Holle.

In hekserij en Wicca is de vlier een heilige boom die niet verbrand mag worden. De Wiccan Rede waarschuwt in het Engels: Elder is the Lady’s tree, burn it not or cursed you’ll be ofwel Vlier is de boom van de Vrouwe, verbrand haar niet of je wordt vervloekt.

Gewone kardinaalshoed of kardinaalsmuts

Gewone kardinaalshoed of kardinaalsmuts

Euonymus europaeus, de gewone kardinaalshoed of kardinaalsmuts, komt in Nederland van nature voor in de de duinen en in het rivierengebied. Deze inheemse struik wordt ongeveer 400 tot 500 cm hoog. De standplaats van Euonymus europaeus dient zonnig of halfschaduw te zijn. Euonymus europaeus heeft een voorkeur voor zandgrond maar kan in principe op iedere goede tuingrond aangeplant worden. De bloei van Euonymus europaeus valt in mei is onopvallend. De vruchten vallen in de periode september-oktober des te meer op. De mantel van de de vierhokkige vrucht heeft een rozerode kleur en het zaad heeft een oranje kleur.

Foto genomen: 21 oktober 2011


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.