Gele Plomp

Gele Plomp

De gele plomp (Nuphar luteum) gedijt het best in wat dieper water, tot maximaal 3 meter, op een zonnige plek. Hoe dieper Nuphar luteum staat, hoe groter de bladeren worden. Veel bladeren drijven op het water, maar de gele plomp heeft ook ondergedoken bladeren, welke doorschijnend zijn. Deze zijn het hele jaar door te zien. De gele bloemen van gele plomp met een doorsnede van 5 cm, bloeien in de periode mei t/m augustus en steken ongeveer 10 cm boven het wateroppervlakte uit. Ze lijken op grote boterbloemen. De gele plomp is een snelle groeier en kan in een sloot al snel overheersen. De zachte onderwaterbladeren van gele plomp kunnen aangevreten worden door de Posthoornslak (Planorbis corneus).

Filmpje gele plomp

Wikipedia:

De gele plomp (Nuphar lutea) is een algemeen voorkomende overblijvende waterplant met drijvende bladeren uit de waterleliefamilie (Nymphaeaceae).

De gele plomp is een plant die zich met zijn dikke en vertakte wortelstok en via zaad verbreidt. De bladeren die onder water blijven zijn doorschijnend lichtgroen en gegolfd. De drijfbladen zijn donkergroen. De stomp driekantige steel bevat nauwe luchtkanalen, waardoor zuurstof via huidmondjes op de drijvende bladeren naar de wortels wordt geleid. ook de bloemsteel heeft dergelijke kanaaltjes. Sommige larven van insecten maken onder water van de luchtkanalen gebruik om te ademen. De soort groeit in tot drie meter diep water en draagt bij aan de hoeveelheid zuurstof in het water. Soms is de groei zo weelderig dat hele wateroppervlakken bedekt worden door de grote bladeren.

De plant voelt zich thuis in stilstaand tot matig stromend tamelijk voedselrijk water. Ze komt voor in bijna heel Europa en de aangrenzende delen van Azië en Noord Afrika. In Nederland en Vlaanderen komt de plant vrij algemeen voor in laagveenplassen, brede sloten, grachten, doorbraakkolken, niet meer gebruikte kanalen en in langzaam stromende beken en rivieren.

De tweeslachtige 3 – 6 cm grote gele bloem komt gelijktijdig met de drijfbladen boven water. De bloem drijft niet op het water maar steekt erbovenuit. Ze heeft vijf of zes kelkbladen, die elkaar overlappen. Ze vormen een kom om de rest van de bloem. De vele kroonbladen zijn spatelvormig en kleiner dan de kelkbladen. Bestuiving vindt plaats door insecten. Er zijn veel meeldraden, deze weerkaatsen behalve geel ook ultraviolet licht, waardoor ze goed vindbaar zijn voor bijen. Veel insecten komen ook op de geurige nectar af. Het bovenstandig vruchtbeginsel is sterk geplooid en heeft een brede, gaafrandige stempelschijf met tien tot twintig stempelstralen.

De vrucht is een groene en flesvormige bes die aanvankelijk drijft op het water. Later valt de buitenste schil van de vrucht en splijt deze open, waarna de zaden tevoorschijn komen. De zaden zijn kortlevend, minder dan één jaar, en worden door het water verspreid. Ze zijn tweezaadlobbig.

Gele plomp werd in het verleden aan het vee gevoerd en aangewend tegen kaalheid en hondsdolheid. De eetbare wortel bevat de stof nupharine, een giftige stof die teniet wordt gedaan door de wortel goed te koken.

De gele plomp is de nationale plant van Friesland. Het blad er van, in het Fries pompeblêd genoemd, staat in het rood afgebeeld op de Friese vlag.

Foto genomen: 22 mei 2011


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.

Wilde cichorei

Wilde cichorei

Wilde Cichorei

En opeens zijn de Betuwse bermen blauw! Zeker in de ochtend, want vooral bij hete zonnige dagen zijn de bloemen van de Wilde cichorei in de middag alweer verdwenen.

De meeste mensen hebben wel eens van de naam Cichorei gehoord, maar dat gekoppeld aan een plant dat niet.


Cichorei is vooral bekend omdat deze inheemse plant bij geneeskundige middelen wordt gebruikt bij geneesmiddelen voor maag- en leverklachten, verstoppingen en een gebrek aan eetlust. Maar ook als versterking- en kalmeringsmiddel.

De wortels van de Wilde cichorei (in geroosterde en gemalen vorm) werden in de negentiende eeuw en in de periode van de Tweede Wereldoorlog gebruikt als koffievervanger (surrogaatkoffie), dit vanwege het hoge gehalte aan insuline.

In 1946 schreef de Heer H. Uittien over het gebruik van cichorei als vervanger voor koffie: ‘Het is een verdriet voor de menschen’. Hij kende een oude man die het surrogaat pakje ‘Sjacherijn’ of ‘Verdriet’ noemde, nee dan liever een ‘Bakkie troost!

Witlof is net als roodlof, een variëteit van cichorei. Ook andijvie is een cichorei-achtige.

Naast de naam Wilde cichorei, staat deze inheemse plant ook bekend onder de naam wegenwachter. In het Fries Sûkerei, in het Engels Chicory, in het Frans Chicorée sauvage en in het Duits Wegwarte.

De Wilde Cichorei staat graag in een verdichte kalkrijke grond, vandaar dat je deze inheemse plant vooral in bermen kunt vinden.


Deze upload is ingediend door Wander van Laar – Buitenmens met passie voor groen.