Gewone pad (Bufo bufo)

Gewone pad (Bufo bufo)

De gewone pad is een pad met oranje ogen en een horizontale pupil. Het lichaam is variabel van kleur op de rug (van grijsbruin tot geelbruin of roodbruin) en de buik is wittig met een gemarmerde tekening. Mannetjes zijn kleiner dan vrouwtjes en hebben dikkere voorpoten (om zich mee aan vrouwtjes vast te klemmen in de paartijd). De gewone pad kan in Nederland tot 11 cm groot worden, in Zuid-Europa tot wel 15 cm.

Filmpje pad

De roep is een vrij monotoon geluid en laat zich omschrijven als een zacht en hoog trillend piepje: ‘orrrt….orrt…orrt’.

Liendenaar Harry Sacksioni heeft ook een muziekstuk gemaakt over de pad: De Paddentrek

 

Voortplanting

Gewone padden trekken massaal naar de voortplantingswateren, waarbij veel verkeersslachtoffers kunnen vallen. Op veel plaatsen worden de padden door vrijwilligers geholpen met oversteken. Deze voorjaarstek kan in warme lentes en bij een hoge luchtvochtigheid al in de tweede helft van februari beginnen. Bij wisselende temperaturen kan de trek weer stilvallen of schokkend verlopen. De piek valt in maart en april. De gewone padden leggen hun eieren in snoeren, deze worden gewikkeld rond takken of water- en oeverplanten. Een eisnoer bevat 2.000 tot 6.000 eieren. De larven zijn volledig zwart en leven aanvankelijk in dichte scholen, later solitair (zie Herkenningskaart amfibieënlarven). Van mei tot uiterlijk begin juli kunnen de zeer kleine, nog zwarte, net gemetamorfoseerde jongen ook massaal aan land kruipen (“paddenregen”). Overwintering van larven, komt voor zover bekend, niet voor .

Levenswijze

De gewone pad komt in vele habitats voor en heeft een voorkeur voor kleinschalig, gevarieerd landschap. Ze schuwen de mens niet en komen voor in tuinen, parken en ruderale terreintjes. De soort ontbreekt alleen op plaatsen waar geen voortplantingswateren voorhanden zijn, in geheel open landschap en in wateren met een te hoog zoutgehalte. Gewone padden zijn als één van de weinige amfibieën in Nederland goed bestand tegen hoge dichtheden vis. Zowel larven als adulten scheiden gifstoffen af via de huid, waardoor ze door vijanden vaak gemeden worden. Larven van de gewone pad kunnen samen scholen aan het wateroppervlakte. Padden kunnen heel oud worden (waarneming van dan 30 jaar), maar in de natuur worden ze meestal niet ouder dan 10 jaar.

Voedsel: vooral mieren, daarnaast ook kevers en insectenlarven.

Lees meer over de pad

Foto genomen: 9 maart 2014

Koninginnepage

Koninginnepage

Koninginnepage (Papilio machaon) bezoekt vlinderstruik in de achtertuin (tuin van de buren). Heel bijzonder, een vlindersoort die je niet vaak tegenkomt in de Betuwe. De Koniginnepage is normaal te zien in het zuidelijke deel van Noord-Brabant, Limburg en op hoge plekken zoals de Wageningse berg, Berg en Dal, Veluwezoom en delen van de Utrechtse Heuvelrug. Door de warme zomers van de laatste jaren komen er ook steeds meer meldingen uit de rest van Nederland, tot aan de Waddeneilanden toe. Vliegtijd en gedrag Eind april-half juni en begin juli-half september in twee generaties. In warme jaren vliegt er mogelijk een partiële derde generatie in oktober. De koninginnenpage wordt vaak bij heuveltoppen gezien waar mannetjes en vrouwtjes elkaar ontmoeten; dit gedrag wordt ‘hill-topping’ genoemd. De vroegste datum waarop de soort is gezien is 28 maart (er zijn 4 vroegere waarnemingen, die alle uit collecties komen en waarvan het thuis opkweken niet is uitgesloten). De laatste datum waarop een vlinder is gezien is 26 oktober. Levenscyclus Rups: half mei-half juni en half augustus-eind september. Bij gevaar wordt een rood vorkvormig orgaan uitgestulpt waarmee de rups een doordringende stank verspreidt. De soort overwintert als pop in de kruidlaag. ei-afzet De keuze van de waardplant verschilt enigszins tussen de generaties. Vrouwtjes van de eerste generatie zetten de eitjes af op de bovenkant van jonge bladeren van vooral peen. Die van de tweede generatie op de bloemen of bladeren van peen en andere schermbloemigen die dan beginnen te bloeien. Ieder eitje wordt op een andere bloemknop of bladtop afgezet. Jonge, vrijstaande waardplanten die boven de vegetatie uitsteken of aan de rand van een gebied op een beschutte plek groeien, hebben de voorkeur. rups en verpopping Jonge rupsen – die wat op een vogelpoepje lijken – eten eerst de eischaal op en vervolgens de bovenzijde van de bladeren. Oudere rupsen eten met name de bloeiwijze. Vanaf het vierde stadium – wanneer de rups de typische groen, zwart en oranje tekening heeft – is de rups in staat zich te verdedigen door het zogenaamde osmaterium uit de nek tevoorschijn te stulpen. Tegelijkertijd verspreidt de rups dan een doordringende (ananas)geur. De rups verpopt zich laag in de kruidlaag, bijvoorbeeld aan de stengel van de waardplant. De kleur van de pop loopt uiteen van groen tot bruin of zwart: groene poppen vallen minder op in een groene omgeving maar de bruine poppen hebben een grotere overlevingskans in een donkere omgeving. Poppen van de tweede generatie overwinteren als gordelpop. vlinders Vanaf eind april vliegen de eerste vlinders. De dichtheid is gemiddeld tot vrij hoog, circa 6 individuen per hectare. De vlinders besteden vrij veel tijd aan het zoeken naar nectar. Zij halen nectar uit allerlei kruiden, bijvoorbeeld klavers en schermbloemigen. In de zomer zijn de vlinders vaak te vinden op de vlinderstruik of op distels. Mannetjes scholen vaak samen bij een opvallend punt in het landschap, zoals een heuveltop, een oude hoge boom of zelfs een markante toren. Dit gedrag heet hill-topping. Zij proberen zo vrouwtjes naar deze plaatsen te lokken om te paren. Tijdens dit gedrag zoeken de mannetjes geen voedsel en zij jagen andere mannetjes weg die te dichtbij vliegen. Soms houden mannetjes ook patrouillevluchten. Wanneer een mannetje een vrouwtje vindt, buitelen beide vlinders om elkaar heen in een snelle vlucht en strijken vervolgens neer tussen de vegetatie om te paren. Soms blijven ze wel twee uur samen voordat het vrouwtje vertrekt om de eitjes af te zetten. Waardplanten Vooral peen (ook de gecultiveerde vorm); daarnaast ook andere schermbloemigen, zoals bevernel, engelwortel, dille, pastinaak en venkel. De rupsen worden incidenteel gezien op ruit-achtigen (Thalictrum sp.) zoals vuurwerkplant.

Filmpje Koninginnepage (Papilio machaon)

Foto genomen: 2 juli 2018


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.

Margriet

Margriet

De margriet (Leucanthemum vulgare) is een enkel bloemige margriet met witte bloemen en een geel hart. De hoogte van de margriet bedraagt tijdens de bloei, in de periode mei-augustus, circa 50 tot 60 cm. Leucanthemum vulgare, de gewone Margriet staat graag op een goed gedraineerde en warme plek. Leucanthemum vulgare is een goede plant voor verwildering en als snijbloem. Je ziet ze vooral op voedselarme plekken (dijken en hooiweilanden).

Foto genomen: 25 mei 2015


Deze upload is ingediend door Wander van Laar – Buitenmens met passie voor groen.

Ginkgo biloba (Japanse notenboom)

Ginkgo biloba (Japanse notenboom)

Ginkgo biloba de Japanse notenboom, is een levend fossiel, kwam in de tijd van de dinosauriërs al voor. De Ginkgo hoort bij de traag groeiende bomen en kan uiteindelijk een meter of 20 hoog worden. De Ginkgo biloba ofwel de Japanse notenboom zit tussen een naaldboom en een loofboom in, de bladeren bestaan uit naalden die vergroeit zijn in een blad. De bast van Ginkgo biloba is grijs, zacht en heeft soms diepe groeven. Het blad is waaiervormig met een insnijding in het midden (biloba = tweelobbig). In de herfst verkleurt deze Japanse notenboom naar een prachtige goud/gele herfstkleur. Ginkgo biloba staat het liefst op een zonnige plaats en een goed waterdoorlatende vochtige grond, maar de Ginkgo past zich heel makkelijk aan bij mindere omstandigheden, zoals arme grond, hitte, droogte, sneeuwstormen en luchtvervuiling. Ginkgo biloba heeft ook een zeer hoge weerstand tegen ziektes, insectenplagen, schimmels enz.. en hoeft nooit bespoten te worden met bestrijdingsmiddelen. Ginkgo biloba is daarom dus ook een perfecte straatboom in de stad. Ginkgo biloba staat ook bekend om zijn geneeskrachtige werking.

Filmpje Ginkgo biloba (Japanse notenboom)

Foto genomen: 23 oktober 2012


Deze upload is ingediend door Wander van Laar – Buitenmens met passie voor groen.

Vlier

Vlier

Sambucus nigra (Gewone vlier of zwarte vlierbes) Sambucus nigra is de bekende gewone vlier. Sambucus nigra wordt 4 tot 5 meter hoog en de bloei met witte bloemen vindt plaats in de maanden mei-juni. Na de bloei vormt deze vlier glimmende zwarte vruchten. De standplaats van Sambucus nigra dient zonnig tot halfschaduw te zijn. Sambucus nigra is zeer geschikt voor in een natuurlijke tuin of als solitaire heester (boompje) in de wat kleiner tuin. Sambucus nigra heeft geen bijzondere zorg nodig, kan 1 x in de drie jaar tot de grond worden teruggezet.

Foto genomen: 21 mei 2014


Deze upload is ingediend door Wander van Laar – Buitenmens met passie voor groen.

De gewone vlier (Sambucus nigra) is een plant uit de muskuskruidfamilie (Adoxaceae). De bloei is van mei tot juli. De bestuiving vindt plaats door insecten. De vruchten zijn in september en oktober rijp. De plant vermeerdert zich door zaad, dat met name door spreeuwen, die dol op de bessen zijn, wordt verspreid. Botanisch gezien zijn de bessen steenvruchten.

De gewone vlier wordt door het edelhert gegeten omdat zij de plantendelen kunnen verteren. Voor veel andere dieren is de soort giftig vanwege cyaanverbindingen in het blad. Op vlierhout is vaak de judasoorzwam te vinden.

De vlier stelt geen hoge eisen aan zijn standplaats en wordt zelfs in dakgoten gevonden.

Een in de natuur voorkomende variëteit van de gewone vlier is de peterselievlier (Sambucus nigra var. laciniata), die diep ingesneden bladeren heeft.

De gewone vlier is een kensoort voor de klasse van de doornstruwelen (Rhamno-Prunetea).

Vlieren laten zich gemakkelijk vermeerderen uit een stek van een twijg.

Het hout van de gewone vlier is zacht en splintert niet, maar het is hard als het gedroogd is. Daarom kunnen er kleine gebruiksvoorwerpen en instrumenten van worden gemaakt.

Het merg van de twijgen wordt toegepast om kleine voorwerpen te beschermen.

Vroeger eindigde de afvoer van de gootsteen boven de grond net buiten de muur. De vlierstruik werd hiervoor geplant en onttrok dit gat dan aan het zicht.[1]

Gekneusde bladeren bijeengebonden boven een deur of raam zouden muggen op afstand houden. Kransen van vliertakken legt men over de hoofden van paarden om lastige vliegen op afstand te houden.

Aan de vlier worden diverse heilzame werkingen toegeschreven. In het jaar 400 voor Christus, refereerde Hippocrates aan de vlier als zijn “medicijnkastje”. Andere bekende klassieke geneesheren, waaronder TheophrastusDioscorides en Galenus, beschouwden de vlier als een van de beste geneeskrachtige planten uit de natuur. De plantkundige Hildegard van Bingen in de 12e eeuw en de medicus en auteur Martin Blochwich in de 17e eeuw, prezen eveneens het belang van de vlier.[2]

Voorafgaand aan het tijdperk van de antibiotica, was vlier een van de belangrijkste ingrediënten in veel bereidingen van kruidengenezers, farmaceuten en medici. Vandaag de dag wordt vlier gebruikt als alternatief voor conventionele medicijnen en vooral in de vorm van een extract ter bestrijding van verkoudheidvirale infecties (Influenza en herpesvirussen). Vlier wordt vaak aanbevolen als complementaire therapie samen met de klassieke antioxidanten vitamine C en zink, ter ondersteuning van de natuurlijke herstelprocessen.[2]

De Europese zwarte vlier is een rijke bron van plantenpigmenten en fenolische bestanddelen. Ze bevatten de flavonolen quercetine-3-glucoside en quercetine-3-rutinoside en een groot aantal anthocyanen, een groep fenolische bestanddelen verantwoordelijk voor de diepe rode, paarse en violette kleuren van veel fruit, groenten en dus ook vlierbessen. De anthocyanen in vlierbessen zijn cyanidine-3-sambubioside-5-glucoside, cyanidine-3,5-diglucoside, cyanidine-3-sambubioside, cyanidine-3-glucoside, cyanidine-3-rutinoside, pelargonidine-3-glucoside en pelargonidine-3-sambubioside. Na consumptie kunnen de anthocyanen in vlier de antioxidantstatus in het lichaam significant verhogen. Dierexperimenteel onderzoek en in-vitro-onderzoek heeft uitgewezen dat anthocyanen celdood (zowel apoptotische als necrotische processen) verminderen en het risico op hartinfarct verminderen door ontstekingsremmende en ontspannende effecten op de kransslagaders.[2]

Gebruik in de keuken

Van de bloeiwijzen worden als nagerecht vlierbloesembeignets gemaakt.[3] De bloeiwijze wordt in pannenkoeken gebruikt. De Noord-Amerikaanse indianen frituren de bloesem. Van de bloemen maakt men siroop. Deze wordt ook geproduceerd in Engeland en staat bekend als Elderflower Cordial. In Zweden staat het bekend als Fläderblomssaft. De gedroogde bloesem worden gebruikt om kruidenthee van te zetten. Van de vlierbloesem wordt een verfrissende limonade gemaakt, die ook bij verkoudheden wordt toegepast. Gezeefde siroop van vlier is een huismiddel tegen keel- en buikpijn.

In de periode van Sint Jan (24 juni) de jonge scheuten gebruiken.

Vlierbessen bevatten veel vitamines. De bessen bevatten de naar het geslacht genoemde licht giftige stof sambunigrine, die echter door koken onschadelijk wordt. Van de vruchten wordt vruchtensap, sterke drankjamgelei en siroop gemaakt. Ook worden de bessen gebruikt voor het verven.

Zowel bloemen als bessen worden gebruikt voor het maken van vruchtenwijn.

Bijgeloof

Aan de bloesem van de vlier worden voorspellende krachten toegeschreven. In Centraal-Europa hangen jonge meisjes in de nacht van 21 juni een bloeiende bloeiwijze achter het bed. Hierdoor zal hun toekomstige echtgenoot zich in hun droom openbaren.[3]

In de middeleeuwen had de vlier de reputatie dat hij als afweerkruid beschermde tegen hekserij. De vlier was gewijd aan Vrouw Holle.

In hekserij en Wicca is de vlier een heilige boom die niet verbrand mag worden. De Wiccan Rede waarschuwt in het Engels: Elder is the Lady’s tree, burn it not or cursed you’ll be ofwel Vlier is de boom van de Vrouwe, verbrand haar niet of je wordt vervloekt.

Pijlkruid

Pijlkruid

Sagittaria sagittifolia of pijlkruid ontleend haar naam aan de pijlvormige bladeren. Deze pijlvormige bladeren treffen we altijd boven de waterspiegel aan. Op de waterspiegel kan het blad een andere vorm hebben variërend van rond tot lancetvormig. Onder water groeien lijnvormige bladeren. De witte bloemen met een paars hart verschijnen in de periode juni-augustus. Pijlkruid kan het beste in een oever geplant worden. De diepte kan variëren van 10 tot 30 cm of zelfs iets meer. Pijlkruid verdraagt enige schaduw maar staat toch graag op een zonnige plek. Pijlkruid heeft geen bijzondere zorg nodig. Vermeerderen door scheuren, door zaad of via de winterknoppen.

Foto genomen: 13 juli 2014


Deze upload is ingediend door Wander van Laar – Buitenmens met passie voor groen.

Gewone kardinaalshoed of kardinaalsmuts

Gewone kardinaalshoed of kardinaalsmuts

Euonymus europaeus, de gewone kardinaalshoed of kardinaalsmuts, komt in Nederland van nature voor in de de duinen en in het rivierengebied. Deze inheemse struik wordt ongeveer 400 tot 500 cm hoog. De standplaats van Euonymus europaeus dient zonnig of halfschaduw te zijn. Euonymus europaeus heeft een voorkeur voor zandgrond maar kan in principe op iedere goede tuingrond aangeplant worden. De bloei van Euonymus europaeus valt in mei is onopvallend. De vruchten vallen in de periode september-oktober des te meer op. De mantel van de de vierhokkige vrucht heeft een rozerode kleur en het zaad heeft een oranje kleur.

Foto genomen: 21 oktober 2011


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.

Wilde Peen

Wilde Peen

De Wilde peen heeft als latijnse naam Daucus carota. Waar je de wilde peen makkelijk te herkennen is het rode tot zwart-purperachtige bloemetje wat in het midden staat van de witte (soms wat roze). een schermbloemige (Umbelliferae of Apiaceae). Zoals de naam al een beetje doet vermoeden heeft deze inheemse plant een relatie met de bekende oranje wortel, de geur van de wortel is identiek aan de “gewone” wortel, we kunnen de Wilde Peen gerust de Oerwortel noemen. De Wilde peen is eetbaar, zaai ze halverwege april, je kunt ze dan oogsten in oktober (Let op!, ze zijn dan erg dun en zijn wat bitterder dan de “gewone” wortel. De Friese naam is Wylde woartel, in het Engels Wild Carrot, op zijn Frans Carotte sauvage, en op zijn Duits Wilde Möhre. De Latijnse naam Daucus carota heeft zijn naamgeving te danken aan dat Daucus is afgeleid van de oude Griekse naam daucus wat wortel betekend of het woord is afgeleid van het Griekse daioo (wat verdelen of delen betekend), misschien omdat je grote wortels in stukken te snijd voor je ze eet. Carota betekent saffraankleurig. Vroeger was de naam van de Wilde peen Wilde wortel, nu vaak de naam vogelnestje. De naam vogelnestje heeft alles te maken met de vorm van het bloemenscherm, deze heeft namelijk de vorm van een vogelnestje (voordat de Wilde peen gaat bloeien). De Wilde peen staat graag op een zonnige plek en het liefst in een kalkhoudende grond (dat is de reden dat je hem veel in de Betuwe tegenkomt). De Wilde peen trekt ontzettend veel insecten en vlinders aan. De Koninginnenpage zetten hun eitjes er op af en de rupsen eten er lekker van.

Filmpje Wilde Peen

Wikipedia:

Wilde peen (Daucus carota), ook wel vogelnestje genoemd, is een plant uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae). De plant komt algemeen voor in de Benelux.

De plant onderscheidt zich van de bekende oranjegele wortel of waspeen (Daucus carota subsp. sativa) door zijn penwortel die wit, vertakt en minder vlezig is. De geur van de wortel is echter onmiskenbaar. Wilde peen komt voor in droge graslandenbermendijken en duinen. De plant wordt 30-90 cm hoog.

Wilde peen is een tweejarige plant. De soort heeft koude nodig voor ze kan bloeien (dit heet stratificatie). In het tweede jaar, na de winter, gebruikt de plant de opgeslagen voedingsstoffen uit de wortel voor de verdere groei en ontwikkeling. De soort bloeit in juni tot de herfst met schermen. Het scherm bestaat uit vele stralen, waarvan de buitenste bij rijping in de vorm van een “vogelnestje” naar binnen zijn gebogen.

De bloemetjes zijn wit of roze met in het midden van het scherm vaak een plukje zwart-purperachtig. De elliptische splitvrucht is 2-3 mm lang, die met vier rijen lange aan de top hakige stekels bezet is. De plant is stijf behaard en de bladeren zijn twee- tot drievoudig geveerd. De plant is rijk aan caroteen en vitamine B.

Foto genomen:  1 augustus 2015


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.

Zwanenbloem

Zwanenbloem

De zwanenbloem (Butomus umbellatus), bloeit met mooie roze bloemen in de periode (eind) mei-juli. De Zwanenbloem is de enige vertegenwoordiger van de zwanenbloemfamilie.

De zwanenbloem is een beschermde plant en mag niet geplukt worden. Erg zeldzaam is de zwanenbloem echter niet. De zwanenbloem komt in Nederland voor in waterrijke gebieden met voedselrijk water dus vooral in gebieden met een mineraalrijke kleibodem. De zwanenbloem wordt 80 tot 100 cm hoog en staat graag op een zonnige en drassige plaats. De zwanenbloem ontleend haar naam, zo gaat het verhaal, aan de gebogen stampers die lijken op de sierlijke hals van een zwaan.

Filmpje zwanenbloem

Wikipedia:

zwanenbloem (Butomus umbellatus) is een moerasplant met roze bloemen in de Zwanenbloemfamilie. Het is de enige soort in deze familie. De bloem heet zwanenbloem omdat de stampers een vorm hebben die sterk lijkt op sierlijke zwaantjes. De zes stampers hebben aan de voet nectarklieren.

De stengels van de plant bevatten overlangse luchtkanalen om de wortels van zuurstof te voorzien en zijn onderaan driehoekig van vorm, waardoor de planten stevig in het water staan. Aan de bovenkant wordt de stengel plat met een verdikt midden en scherpe randen. De wetenschappelijke geslachtsnaam Butomus (samenstelling van βοῦς=rund en τέμνω=snijden) verwijst naar de zwaardvormige bladeren.

Het feit dat de zwanenbloem in Nederland wettelijk beschermd is geweest tot eind 2016, betekent niet dat de plant zeldzaam is, integendeel, op de kleigebieden in Nederland is hij algemeen. De plant groeit vaak in sloten die jaarlijks worden geschoond. Hij heeft er echter niet veel van te lijden omdat deze schoonmaakbeurten zijn leefmilieu in stand houden. De zwanenbloem groeit in voedselrijk water. Wanneer de plant opduikt te midden van allerlei zeldzame planten in relatief voedselarm water, is dat het teken dat het water voedselrijk aan het worden is en dat de specialisten uit een dergelijk milieu zullen gaan verdwijnen. In Nederland is de plant vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd.

De zwanenbloem wordt veel bezocht door graafwespen.

De zwanenbloem is als exoot geïntroduceerd in de Verenigde Staten van Amerika. De plant wordt daar ‘flowering rush’ en ‘grass rush’ genoemd en gedijt daar te goed.

Foto genomen: 18 juni 2010


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.

Gele Plomp

Gele Plomp

De gele plomp (Nuphar luteum) gedijt het best in wat dieper water, tot maximaal 3 meter, op een zonnige plek. Hoe dieper Nuphar luteum staat, hoe groter de bladeren worden. Veel bladeren drijven op het water, maar de gele plomp heeft ook ondergedoken bladeren, welke doorschijnend zijn. Deze zijn het hele jaar door te zien. De gele bloemen van gele plomp met een doorsnede van 5 cm, bloeien in de periode mei t/m augustus en steken ongeveer 10 cm boven het wateroppervlakte uit. Ze lijken op grote boterbloemen. De gele plomp is een snelle groeier en kan in een sloot al snel overheersen. De zachte onderwaterbladeren van gele plomp kunnen aangevreten worden door de Posthoornslak (Planorbis corneus).

Filmpje gele plomp

Wikipedia:

De gele plomp (Nuphar lutea) is een algemeen voorkomende overblijvende waterplant met drijvende bladeren uit de waterleliefamilie (Nymphaeaceae).

De gele plomp is een plant die zich met zijn dikke en vertakte wortelstok en via zaad verbreidt. De bladeren die onder water blijven zijn doorschijnend lichtgroen en gegolfd. De drijfbladen zijn donkergroen. De stomp driekantige steel bevat nauwe luchtkanalen, waardoor zuurstof via huidmondjes op de drijvende bladeren naar de wortels wordt geleid. ook de bloemsteel heeft dergelijke kanaaltjes. Sommige larven van insecten maken onder water van de luchtkanalen gebruik om te ademen. De soort groeit in tot drie meter diep water en draagt bij aan de hoeveelheid zuurstof in het water. Soms is de groei zo weelderig dat hele wateroppervlakken bedekt worden door de grote bladeren.

De plant voelt zich thuis in stilstaand tot matig stromend tamelijk voedselrijk water. Ze komt voor in bijna heel Europa en de aangrenzende delen van Azië en Noord Afrika. In Nederland en Vlaanderen komt de plant vrij algemeen voor in laagveenplassen, brede sloten, grachten, doorbraakkolken, niet meer gebruikte kanalen en in langzaam stromende beken en rivieren.

De tweeslachtige 3 – 6 cm grote gele bloem komt gelijktijdig met de drijfbladen boven water. De bloem drijft niet op het water maar steekt erbovenuit. Ze heeft vijf of zes kelkbladen, die elkaar overlappen. Ze vormen een kom om de rest van de bloem. De vele kroonbladen zijn spatelvormig en kleiner dan de kelkbladen. Bestuiving vindt plaats door insecten. Er zijn veel meeldraden, deze weerkaatsen behalve geel ook ultraviolet licht, waardoor ze goed vindbaar zijn voor bijen. Veel insecten komen ook op de geurige nectar af. Het bovenstandig vruchtbeginsel is sterk geplooid en heeft een brede, gaafrandige stempelschijf met tien tot twintig stempelstralen.

De vrucht is een groene en flesvormige bes die aanvankelijk drijft op het water. Later valt de buitenste schil van de vrucht en splijt deze open, waarna de zaden tevoorschijn komen. De zaden zijn kortlevend, minder dan één jaar, en worden door het water verspreid. Ze zijn tweezaadlobbig.

Gele plomp werd in het verleden aan het vee gevoerd en aangewend tegen kaalheid en hondsdolheid. De eetbare wortel bevat de stof nupharine, een giftige stof die teniet wordt gedaan door de wortel goed te koken.

De gele plomp is de nationale plant van Friesland. Het blad er van, in het Fries pompeblêd genoemd, staat in het rood afgebeeld op de Friese vlag.

Foto genomen: 22 mei 2011


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.

Gewone berenklauw

Gewone berenklauw

De gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) is een wit bloeiende wilde plant die behoort tot de schermbloemige. De gewone berenklauw kom je in de Betuwe veel tegen, vooral bij dijken (stikstofrijke, vochtige grond zowel in de volle zon als in halfschaduw). De jonge stengels kun je eten.

Filmpje van de gewone berenklauw (Heracleum sphondylium)

Wikipedia:

De gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) behoort tot de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae). De plant komt van nature voor in Europa.

Het is een 90-150 cm hoge (met uitschieters tot twee meter), vaste plant, die veel langs dijken en wegen en in hooilanden voorkomt. De plant is ruw behaard en heeft drievoudig gevind tot vinspletige bladeren. De stengel is kantig en gegroefd. De gewone berenklauw bloeit van juni tot oktober met witte bloemen in veelstralige schermen. Het onderstandige vruchtbeginsel is tweehokkig met twee stijlen. De stijlen hebben een kussentje aan de voet. De gevleugelde vrucht is een tweedelige splitvrucht met eenzadige deelvruchtjes.

De gewone berenklauw komt vooral voor op stikstofrijke, vochtige grond zowel in de volle zon als in halfschaduw. De plant groeit op grasland, bosschages, in bossen en in onkruidvegetaties.

ls gesproken wordt over de berenklauw wordt vaak gedoeld op de invasieve exoten, de reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) en Sosnowsky’s berenklauw (Heracleum sosnowskyi), waarvan het sap ernstige gevolgen kan hebben als het op de huid komt.

In RuslandEstlandLetland en Litouwen worden de stengels in de zon te drogen gelegd. Op de stengel vormen zich dan zoete, witte kristallen. De 15-20 cm lange, jonge stengels kunnen gegeten worden en smaken naar een combinatie van zoete komkommerkokosnoot en mandarijntjes. De stengels moeten geplukt worden voordat het blad zich gaat ontvouwen. Oudere stengels kunnen geschild gegeten worden. Bij het schillen moeten dan wel handschoenen gedragen worden om huidirritatie te voorkomen. De grote, aromatische bloemknoppen zijn van mei tot augustus rauw te gebruiken in salades. De zaden van de kleine of gewone berenklauw zijn ook te gebruiken. De smaak is enigszins vergelijkbaar met die van kardemom: bergamot, citroen en kamfer. Te gebruiken bij koken maar ook gemalen in salades.

Foto genomen; woensdag ‎24 ‎september ‎2014


Deze upload is ingediend door Wander van Laar, Buitenmens met passie voor groen.

De Rode Held

De Rode Held

In dit prachtige pand aan de Rodeheldenstraat in Buren is een winkel gevestigd welke het karakteristieke uiterlijk van het pand eer aan doet. De inrichting van de winkel gaat naadloos over in het nostalgische uiterlijk van het pand met de houten verdiepingsvloeren en grote schouwen in ieder vertrek. Wanneer je de winkel binnenstapt waan je, je even terug in grootmoeders tijd. Bekende geuren, kleuren, producten en muziek brengen je terug naar jaren ’40 – ‘60 en soms nog verder.

Iedereen kan bij De Rode Held terecht voor oudHollandssnoep, thee en cadeautjes. Momenteel is de winkel alleen op afspraak open en kunnen bestellingen via de mail of onze facebookpagina www.facebook.nl/derodeheld geplaatst worden.


Deze upload is ingediend door De Rode Held – Een winkel vol nostalgie.

De Baron van Buren

De Baron van Buren

Midden in het prachtige hart van het historische oranjestadje Buren, direct naast de kerk, vindt u Lunchroom en IJssalon De Baron van Buren. Het hele jaar door kunt u bij de Baron terecht voor heerlijke vers belegde broodjes en pizza’s. Daarnaast kunt u in het voorjaar en de zomer op het terras genieten van het lekkerste Italiaanse schepijs, een krokant hoorntje met een bolletje vers geschept sorbetijs of overheerlijke ijscoupes en milkshakes. Als kers op de taart, of eigenlijk wafel bent u in de winter bij ‘De Baron’ aan het juiste adres voor fantastische Burense wafels met bijvoorbeeld warme kersen en slagroom of karamel zeezout, maar de keuze is aan u.

 

Pizza’s
Op openingsdagen kunt u tussen 17.00 en 20.00 uur bij ons terecht voor vers belegde (Italiaanse) pizza’s. Voor het beleggen van de pizza’s gebruiken wij dagelijks verse producten van kwaliteit, hierdoor blijft u keer op keer van onze pizza’s genieten. U kunt er voor kiezen om uw pizza bij ons te eten in het restaurant, of zomers op ons terras. U kunt pizza’s bestellen via www.debaronvanburen.nl Maar uiteraard kunt u ook telefonisch pizza’s bestellen om af te halen. Hiervoor belt u vanaf 16:00 uur naar 0344 845531.

 

Schepijs
Het Italiaanse ijs dat wij scheppen bij de Baron wordt voor ons gemaakt door de Italiaanse familie ‘Granucci’. Al voor de derde generatie kunnen zij zich onder de beste ijsmakers ter wereld scharen. Wij presenteren het ijs van Granucci á la pozzetti, wat vrij nieuw is in Nederland. Deze traditionele Italiaanse manier van het presenteren met de zilveren deksels zorgt bij u voor nieuwsgierigheid en spanning, want wat zit er onder die deksel? Nieuwsgierig geworden? We zien u graag terug bij De Baron van Buren.

 

U kunt ons volgen via Facebook en Instagram. Voor vragen of reserveringen kunt u ons bellen op 0344 845531.

 


Deze upload is ingediend door De Baron van Buren – Dat smaakt naar meer..